Voortgezet onderwijs rekent langzaam af met toetscultuur

‘Is dit vraagstuk voor een cijfer?’

Lange tijd werden cijfers gezien als het eindproduct van een proces waarin scholen, leraren en leerlingen van hoofdstuk naar hoofdstuk, en van toets naar toets werkten. Vooral in het voortgezet onderwijs werd vrijwel uitsluitend summatief getoetst. Maar er is een tegenbeweging gaande: er komt weer ruimte voor kwalitatieve en rijke feedback. Leren zichtbaar maken kan daar uitstekend bij helpen.

Leren zichtbaar maken gaat uit van het principe dat iedere leerling - van kleuter tot student - graag eigenaar wil worden van zijn eigen leerproces. Dat geldt dus ook voor de leerlingen in het voortgezet onderwijs (VO). Mooi; allemaal regisseurs in de dop dus. Zou je denken. De vooral in het VO doorgeslagen toetscultuur houdt die ontwikkeling nog tegen. Als leraren een leuke opdracht bedenken, vragen leerlingen meteen of dat vraagstuk voor een cijfer is. Ja? Dan gaan ze aan de slag. Nee? Dan leveren ze veel en veel minder inspanning voor het betreffende vak. De wel of niet actieve houding en motivatie is een grote zorg in het voortgezet onderwijs. “Ernstiger nog zijn de gesprekken tussen leraren onderling of tussen leraren en ouders. Die gaan niet over wat de leerling wil bereiken, maar veel eerder over welk cijfer hij heeft behaald. Of welk cijfer nog nodig is”, constateert schoolpsycholoog en LZM trainer Azahara van Bergen. “Wat moet de leerling voor school doen? Die vraag is nog steeds veel dominanter dan de vraag wat de school voor de leerling kan betekenen.” Maar er schuilt licht achter de horizon.

Weg met de cijferfabriek

“Leraren en scholen geven toe: wij zijn een cijferfabriek geworden. De toets werd ooit ingevoerd om scholen en leerlingen met elkaar te kunnen vergelijken. Nu is het cijfer een norm geworden. Iedereen vraagt welk cijfer je hebt behaald. Universiteiten werken met lotingen: alleen die kandidaten die een 8 hebben of hoger, maken een kans te worden toegelaten. Niet verwonderlijk dus dat leerlingen pas in actie komen als het voor een cijfer is”, zegt Azahara. “Deze maatschappelijke tendens ontneemt leraren echter ook de ruimte en creativiteit om in hun lessen op maat te werken.”

‘Als leraren een leuke opdracht bedenken, vragen leerlingen meteen of dat vraagstuk voor een cijfer is’

Planners geven immers aan dat ze deze week die lesstof en toetsen moeten behandelen en de volgende week weer andere. Leraren worden slaaf van de methode en van lesplanners. Op die manier kun je nauwelijks eigen regisseurschap van de grond tillen. Maar hoezee, het lijkt alsof de revolutie in gang is gezet. Er is al echt een tegenbeweging gaande. Leraren en scholen willen weer terug naar de rijke feedbackcultuur die de leerling weer centraal stelt.”

Van summatief naar formatief

Wanneer je minder summatief evalueert, ontstaat automatisch de behoefte om meer formatief te evalueren. Als leraar wil je immers weten welke kennis jouw leerlingen al in huis hebben om vervolgens de instructie daar goed op te laten aansluiten. Nog even voor alle duidelijkheid: summatief evalueren is prestatiegericht, formatief evalueren is leergericht. Bij summatief evalueer je ter afsluiting, bij formatief ben je bezig leerlingen tijdens het leren verder te helpen of om het leren vorm te geven. Deze laatste aspecten staan bij Leren zichtbaar maken centraal.

‘Leraren en scholen geven toe: wij zijn een cijferfabriek geworden’

Azahara: “Het mooie van Leren zichtbaar maken is dat het geen van-a-tot-z-programma is dat zegt: zo moet je het doen. Het is juist een manier van denken en met elkaar stilstaan. Wat vinden wij goed voor een leerling? Wat verstaan wij onder leren? En hoe kunnen we met elkaar groei zichtbaar maken? Het betekent ook als team samen met elkaar optrekken, maar vooral ruimte bieden aan de verschillen tussen leraren. Wat vooral in het voortgezet onderwijs aanspreekt, is dat Leren zichtbaar maken gebruikmaakt van de wetenschap. Wat is onderzocht en wetenschappelijk bewezen? Wat werkt om het leren bij leerlingen te bevorderen? Het is dus een mooie aanvulling voor datgene wat je al doet en bewust wilt blijven doen. Of wat je bewust wilt gaan veranderen.”

Samen op onderzoek gaan

Toch verloopt de invoering van Leren zichtbaar maken in het voorgezet onderwijs niet zonder slag of stoot, constateert Azahara. Het VO is wars van eenheidsworst. Mooi, want dat is Leren zichtbaar maken ook niet. Maar het is in het VO ook niet gebruikelijk om aan schoolbrede professionalisering te doen. Professionalisering vindt wel plaats, maar vaak op individueel niveau. “Leraren gaan naar workshops en volgen cursussen, maar vervolgens is het voor hen lastig andere collega’s mee te krijgen. Maar wil je in je school voor alle leerlingen impact realiseren, dan is gezamenlijk optrekken een vereiste.

‘Leraren en scholen willen weer terug naar de rijke feedbackcultuur die de leerling weer centraal stelt’

Volgens John Hattie is ‘succes overal om ons heen’. Leren zichtbaar maken zorgt ervoor dat je als collega’s gezamenlijk stil staat bij de successen die al in de school gaande zijn. Samen onderzoek je namelijk in hoeverre je die impact realiseert in de klas. Met een collega, je impactpartner, voer je in de klas gericht onderzoek uit. Welke impact realiseer ik? Welke tools heb ik nodig om die impact te bewerkstelligen? Je ziet nu dat diverse scholen ook video-opnames maken waarmee leraren elkaar feedback geven. Die beweging vind ik heel waardevol en moedig ik zeer aan.”

Vooral proces van bewustwording

Leren zichtbaar maken is dus vooral een toevoeging op wat scholen al deden, benadrukt Azahara nog eens. “Je hoeft niet opnieuw het wiel uit te vinden. Het is vooral een proces van bewustwording. Wat blijkt uit onderzoek te werken? Welke dingen blijf ik doen? En welke zaken kunnen anders? Het helpt leerlingen weer eigenaar te worden van hun eigen leerproces. Het helpt ook om van monoloog naar dialoog te gaan.

‘Leren zichtbaar maken is vooral een proces van bewustwording’

Elkaar feedback geven dus. Niet alleen van leraar naar leerling, ook klasgenoten onder elkaar. Het leuke is dat je bij diverse scholen al ziet dat leraren weer worden wie ze zijn en niet meer ‘het trucje doen’. En nog leuker: leerlingen vragen niet meer automatisch of dat vraagstuk voor een cijfer is.”


Naar volgend artikel >